Skip to content

Wat te doen bij overlijden

Hieronder lees je de gebeurtenissen waar nabestaanden na overlijden mee te maken krijgen. Het is belangrijk om te weten dat bijna alles mogelijk is. Dus dát iets moet gebeuren is duidelijk, maar er zijn oneindig veel mogelijkheden in hoé het gebeurt. 


1. De dood wordt vastgesteld door de arts

Je belt dus eerst de (huis)arts. Die stelt de dood vast. Als iemand tussen 23.00 en 8.00 uur in een instelling overlijdt, is de kans groot dat de instellingsarts pas na 8.00 uur ’s ochtends de dood wil vaststellen. Dat verschilt per instelling. Als je de overledene toch warm wilt verzorgen, dan moét de arts ook ’s nachts komen om de dood vast te stellen. Dring hier vooral op aan. Artsen zijn dit namelijk wettelijk verplicht.


2. Bel een uitvaartbegeleider 


Kies een uitvaartbegeleider waar je een goed gevoel bij hebt. Het is dus aan te raden om dat al te regelen als de dood aanstaande is. Ik kom zo snel mogelijk naar je toe, zodat we kunnen beginnen met de verzorging. Dat gaat namelijk het prettigst als het lichaam nog warm en soepel is. Je bent nooit verplicht om een uitvaartbegeleider van de uitvaartverzekering te bellen. De uitvaartbegeleider van jouw keuze kan het overlijden doorgeven aan de uitvaartverzekering.

3. Het lichaam wordt verzorgd 


Het lichaam wordt gewassen en aangekleed. Het is fijn om dat thuis of in de instelling te doen. De overledene is dan vaak nog warm en soepel. Ik vraag dan een verzorgingsteam om bij ons te komen. Je mag natuurlijk ook zelf helpen.

4. Waar en hoe mag het lichaam opgebaard zijn?


Als je het nog niet zeker weet laat ik je opbaarmogelijkheden zien. Als je wilt dat de overledene thuis opgebaard blijft dan neemt het verzorgingsteam de koeling mee. Ook kunnen we de overledene licht balsemen (thanatopaxie). Ze vervangen dan het bloed in het lichaam door een andere vloeistof. Dit remt de ontbinding met maximaal 10 dagen. 


5. Als je er aan toe bent gaan we het hebben over de uitvaart 


Nu het lichaam verzorgd is, is er ruimte voor wat rust. Pak die rust ook vooral. Daarna gaan we het hebben over de uitvaart. De onderwerpen zijn dan:
– Wordt het een crematie of een (natuur)begrafenis?

- Wat wordt de dag van de crematie of de begrafenis?

- Hoe ziet het afscheid eruit? Denk aan een condoleancemoment, een afscheidssamenzijn en een locatie. Afscheid nemen hoeft niet per se in een uitvaartcentrum! Dat kan ook thuis, in een café of bij een voetbalclub.

- De berichtgeving. Wie vertel je dat iemand is overleden, en hoe?

- Wie en hoeveel mensen ga je uitnodigen voor de uitvaart? Wil je een gedenkpagina?

– Hoe ziet de uitvaart eruit? We hebben het over de praktische invulling zoals bloemen, muziek, foto’s en vervoer. Wist je dat vervoer ook in een eigen vervoersmiddel kan? 


6. Ik verzorg de administratieve handelingen en het contact met de uitvaartverzekering


Dat betekent dat ik de aangifte van overlijden bij de gemeente kan doen. Ook ontzorg ik je van alle contacten met de verzekeraar(s), crematorium, begraafplaats, etc.

7. Ik maak een draaiboek voor de uitvaart 


We bespreken samen alle details voor de dag van de uitvaart. Wie rijdt er met de kist? Wie draagt de kist? Wie wil wat zeggen bij het afscheid, en in welke volgorde? Alles staat in het draaiboek.

8. Ik begeleid jullie op de dag van de uitvaart

Op de dag van de uitvaart begeleid ik jullie bij het hele afscheid. Ik heb veel oog voor detail.